Reisadviseur Moniek Bos-Bouwman: 'Uw vakantie is mijn werk!'

Husavik en Myvatn

21 augustus in

Husavik is een leuk klein dorpje met een haventje, enkele restaurants en wat winkeltjes. Omdat we graag in het souvenirwinkeltje willen kijken, dat pas om 11 uur open gaat, gaan we lekker laat de deur uit. Dat is geen enkel probleem, want de afstand naar Myvatn is vrij klein, zelfs met de omweg die we willen nemen. Husavik is bekend vanwege zijn walvissafari’s. Zeker in de zomermaanden zie je gegarandeerd walvissen, er zijn verschillende soorten en ze zwemmen vaak in groepen. Omdat we eerder walvissen hebben gezien in Canada, slaan we deze zeer kostbare excursie over. Maar we hebben geluk, zodra we onderweg zijn naar onze eerste stop, zien we vanuit de auto een groep walvissen zwemmen. We zetten de auto aan de kant en blijven zeker een half uur kijken. Het is wel ver weg, maar het spuiten, het springen en de staarten die op het water slaan, zijn heel goed zichtbaar.

Asbyrgi is onze eerste stop. Dit is een gletsjerkloof en bos in het noorden van IJsland, ongeveer 38 kilometer ten oosten van Húsavík aan de Diamond Circle-weg. Het heeft de vorm van een hoefijzer en is heel mooi om te zien. Je kunt helemaal naar het einde rijden en vanaf de parkeerplaats naar een helder blauwgroen meer wandelen. Wij gaan hier gelijk maar even lunchen. In het informatiecentrum laten we ons informeren over het vervolg. Er zijn namelijk twee routes langs de Dettifos Waterval. De oostkant is via een onverharde weg, de westkant is verhard. Aangezien we een 4×4 hebben, maakt het niet zoveel uit wat we doen. Maar we houden rekening met Maarten die slecht loopt, dus zoeken de kortste routes naar de watervallen vanaf de parkeerplaats. En die zijn te vinden via de westkant.

Omdat we via de westkant en de verharde weg gaan, kunnen we nog een stop maken bij Hljodaklettar waar basaltrotsen zijn (gevormd door de lava van een vulkaan) met bijzondere vormen. Maarten blijft bij de auto, dit is voor hem te ver wandelen (hij heeft afgelopen februari zijn enkel gebroken) en ik ga met de jongens een rondje lopen van ongeveer 1 uur. We klimmen en klauteren over de rotsen tot we bij de bekende rots Kirkjan komen en maken dan het rondje af, terug naar de auto.

Ongeveer 15 minuten verder is de afslag voor de Dettifoss, Selfoss en Hafragilfoss Watervallen. Vanaf de grote parkeerplaats loop je naar de Dettifoss Waterval. Een enorme stoot water dendert naar beneden de kloof in. Er zijn een paar uitkijkpunten om mooie plaatjes te kunnen schieten. Vanaf de westkant is er vaak wat meer nevel en daardoor is het lastiger om foto’s te maken, maar wij hadden daar vandaag geen last van.

We lopen 700 meter verder naar de Selfoss Waterval. Eenmaal terug bij de auto, rijden we via een onverharde weg (echt alleen voor 4×4 auto’s) naar de Hafragilfoss. Hoe druk het ook was bij de andere watervallen, deze wordt door velen overgeslagen. Zonde, want hij is erg mooi en je hebt ook nog eens een geweldig uitzicht over de kloof.

Op de route naar Myvatn, komen we langs de parkeerplaats van Hverir en besluiten om nog even kort te stoppen. Dan kunnen we dit morgen overslaan. Hverir is waar stoom, modder en warm water uit de grond borrelen. Het stinkt hier dan ook behoorlijk naar zwavel. De grond is geel, wit en roze. En wanneer je langs zo’n stoompluim loopt, voel je de enorme warmte. Het grote nadeel dat we meteen ervaren zijn enorm veel vliegjes. En niet alleen hier, blijkt later, maar overal rond het meer. Dit schijnt alleen in de zomermaanden zo te zijn. Een vliegennet voor je gezicht is dus geen overbodige luxe.

Moe maar heel tevreden komen we aan in onze accommodatie.

De volgende dag slapen we lekker uit, gaan rustig ontbijten en stappen weer in de auto voor een paar kleine bezienswaardigheden rond het meer. We bezoeken de Krafla Vulkaan, waar we het water in de krater kunnen zien. Rijden langs de energiecentrale, waar enorme pijpen de stoom uit de grond verwerken en weer uitspugen. Brengen een bezoekje aan de Grjotagja, een kleine lavagrot, en een aanrader om in de ochtend te doen, dan zorgt de lichtinval op het water voor een mooie helderblauwe kleur. We maken een korte wandeling bij Dimmuborgir, hier is een mooie fotopunt met een gat in de berg. Helaas is het er zo druk, dat een goede foto zonder mensen onmogelijk is. We maken een wandeling door het bos van Hofdi en hebben af en toe mooie uitkijkjes over het meer. Als laatste stoppen we bij de pseudokraters (die lijken op vulkanen, maar zijn het niet echt). De middag nemen we lekker vrij en kijken de jongens Netflix. Het is tenslotte vakantie en daar hoort even lekker niets doen ook nog altijd bij.