Reisadviseur Moniek Bos-Bouwman: 'Uw vakantie is mijn werk!'

Snaefellness & Westfjords

16 augustus in

Na het ontbijt stappen we weer lekker vroeg in de auto, omdat er dan nog niet zoveel medetoeristen zijn op de bekende trekpleisters. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor IJsland, maar voor alle bestemmingen:-).

Op nog geen 10 minuten rijden van onze accommodatie komen we bij de Svödufoss Waterval. Een mooie brede waterval in de basaltrotsen. We zijn hier helemaal alleen en genieten even van de rust en het kletteren van het water. De zon schijnt alweer volop, maar als we doorrijden komen we al snel in een dikke laaghangende wolkenlaag. Zo eentje hadden we de dag ervoor ook toen we vertrokken vanuit Thingvellir. We krijgen het even benauwd, omdat we voor die mooie vergezichten in de fjorden op stap zijn. Maar iedere keer als er een hoogtepunt is, trekken de wolken even weg, komt de zon tevoorschijn en kunnen we mooie plaatjes schieten, van het uitzicht genieten en onze geplande wandelingetjes naar de watervallen doen.

De Kirkjufellsfoss met de bekende berg op de achtergrond, ligt er mooi bij in het zonlicht. Ook de Grundarfoss zien we als de wolken weggetrokken zijn. Vanaf de parkeerplaats kun je richting de waterval lopen. Het is even lastig om de juiste weg te vinden, maar je mag gewoon door het hek en vervolgens de afrastering volgen tot je niet verder kunt.

Wanneer we bij de Sheep’s Waterval aankomen is het enorm druk met bussen en auto’s. De toeristen uit de bus hebben geen instructies over de bezienswaardigheid gekregen, dat is grappig om te zien. Ze maken snel wat foto’s van het uitzicht en slaan de hele waterval over. Hiervoor moet je een stukje naar beneden lopen. Een beetje waaghals kan zelfs achter de waterval doorlopen, door het smalle pad aan de linkerkant van de waterval te volgen. Ik ben niet zo van smalle paadjes en steile afgronden dus wij doen dit niet, tot grote teleurstelling van de oudste………………

We rijden door naar Stykkishólmur, vanaf hier zou je met de ferry naar de Westfjords kunnen gaan, dat is drie uur varen en de boot vertrekt in de zomer rond 15 uur. Wij gaan gewoon met de auto verder en rijden langs de indrukwekkende fjorden en over onverharde paden. Tussen Stykkisólmur en Flökalundur zijn niet echt bezienswaardigheden om te stoppen. Je kunt er wel een aantal wandelingen maken, maar dan moet je toch echt een paar dagen in deze regio verblijven. In Flókalundur is het belangrijk je auto vol benzine te gooien, want het is voorlopig je laatste mogelijkheid wanneer je richting Latrabjarg wilt. In Flókalundur is de eerste natuurlijke warmwaterbron te vinden. Maar omdat het erg klein is en door de corona-regels snel vol zit, gaan we niet in de rij om op onze beurt te wachten. We besluiten dus om door te rijden naar onze overnachtingsplek. Na het avondeten rijden we nog een stukje door naar de warmwaterbron van Hellulaug Pool. Deze bron heeft ook nog een betonnen zwembad, gevuld met hetzelfde warme water, waardoor meer mensen tegelijk kunnen genieten. Er is een kleedruimte met douches en je betaalt ongeveer €7,50 per volwassene om van de faciliteiten gebruik te mogen maken. En heel eerlijk, de ligging van deze bron is vele malen mooier dan die eerste, door het uitzicht op de zee en de omringende bergen. We genieten echt een vol uur en het warme water maakt ons slaperig wat goed uitkomt.

Na het ontbijt vertrekken we richting Látrabjarg. Dit is het meest westelijke puntje van Europa. Enorme kliffen waar onder andere papegaaiduikers te zien zijn. Deze kleine vogels broeden hier van mei tot augustus en omdat ze overdag vaak op zee zijn, zien we ze jammer genoeg niet. Maar de omgeving en de (onverharde) weg ernaar toe zijn al een cadeautje. Onderweg kom je een gestrande vissersboot en een oud Amerikaans legervliegtuig tegen. De tocht gaat langs mooie goudgele stranden en steile klimmen over de fjorden met geweldige vergezichten. Als je de papegaaiduikers zeker wilt zien, kun je het beste hier in de buurt overnachten. Er zijn een paar plekjes, maar je moet er dan snel bij zijn. Een mogelijkheid is dan om ’s avonds laat te gaan kijken bij de rotsen om ze te spotten. Na een korte wandeling gaan we terug naar de auto, de bewolking komt opzetten dus voor ons de aangewezen tijd om verder te gaan. We nemen dezelfde weg terug, ongeveer 60 km, om vervolgens onverhard langs, door en over de fjorden te rijden. Blijf richting Patreksfjördur rijden en niet terug richting Flókalundur, dat is misschien wel korter, maar veel minder mooi, want de ongerepte natuur is en geweldig net als de uitzichten, met af en toe een huisje of boerderijtje. Een absolute aanrader is de weg 62/63. Onderweg kom je nog een paar warmwaterbaden tegen, dus als je wilt en je zwemkleding aantrekt, kun je nog even chillen.

Wij rijden door naar de Dynjandi Waterval. Dit is een van de indrukwekkendste watervallen van IJsland. Het zijn er een stuk of 10 bij elkaar en daarom enorm om te zien. Vanaf de parkeerplaats kun je helemaal naar boven lopen en heb je een weids uitzicht over de fjord. We nemen hier ruim de tijd en als we weer beneden komen, genieten we nog even van de zon aan een van de picknicktafels.

Als we verder rijden blijkt dat er een nieuwe tunnel is aangelegd en dat onze rit ineens een stuk korter is geworden (door het bochtige en onverharde moet je geen haast hebben). Plezierig, nu hebben we lekker een aantal uurtjes om even lekker te genieten van de bergen en zee vanaf ons terrasje.